Onderzoek
Hieronder vindt u informatie over onderzoeken welke zijn uitgevoerd op het gebied van tienerouders.
Doet u zelf onderzoek, vraag via het forum om medewerking van andere professionals.
8-3-2012
Onderzoek naar de houding van Nederlandse burgers t.a.v. jonge ouders
De Fiom heeft door Motivaction onderzoek laten uitvoeren naar de houding van Nederlandse burgers ten aanzien van jonge ouders. Het onderzoek is uitgevoerd onder Nieuwe Nederlanders en autochtone Nederlanders in de leeftijd van 15 tot 65 jaar. Hierbij zijn voor de Nieuwe Nederlanders de grootste groepen in het onderzoek betrokken, namelijk Turken, Marokkanen, Surinamers, Antillianen/Arubanen en Afrikanen (samen vormen zij het merendeel van de groep Nieuwe Nederlanders). Binnen deze randvoorwaarden is representativiteit nagestreefd op leeftijd, opleiding en geslacht.
Het onderzoek leidt tot de volgende conclusies.
Beeld en houding over tienerouderschap
- Tweederde van de Nederlandse bevolking staat negatief tegenover tienermoeders die hun kind alleen op moeten voeden. Turken, Marokkanen en autochtone tieners zijn hier negatiever over dan andere etnische groepen.
- Nieuwe Nederlanders in de leeftijd van 20-39 jaar zijn toleranter over tienerouderschap dan Nieuwe Nederlanders in andere leeftijdsgroepen. Zij verwachten ook vaker een tolerantere houding van familie en vrienden.
- De acceptatie van tienerouderschap is afhankelijk van relatie van de tienerouders. Samenwonende tienerouders en gehuwde tienerouders worden meer geaccepteerd dan alleenwonende tienerouders. De acceptatie van verschillende vormen van tienerouderschap verschilt tussen de etnische groepen. Bij samenwonen verdwijnen drempels onder autochtonen, Surinamers en Antilianen. Voor Turken en Marokkanen verdwijnt de drempel pas bij ouderschap in huwelijksverband.
Verantwoordelijkheden, mogelijkheden en (toekomst)verwachtingen
- Meer dan een derde van de bevolking denkt dat tieners geen kind kunnen opvoeden. Echter, een grote meerderheid vindt dat tieners wel zelf verantwoording voor de opvoeding moeten dragen als zij een kind krijgen.
- In lijn met bovenstaand punt is bijna de helft van de bevolking voorstander van toezicht op tienerouders door opvoedingsdeskundigen. In het algemeen kan gesteld worden dat men in Nederland vindt dat de taken voor tienermoeders vooral liggen op het gebied van opvoeding en verzorging. Voor tienervaders ligt de prioriteit meer bij financiële taken.
Reacties van tieners op tienerzwangerschappen
- Tieners voelen er weinig voor om al een kind te krijgen. Wel is een derde van mening dat hij/zij in staat is om een kind op te voeden.
- Autochtone tieners geven vooral aan bang te zullen zijn wanneer ze tienerouder zouden worden. Onder tienermeisjes van andere etnische groepen speelt schaamte een grotere rol.
- Bijna de helft van de autochtone tienermeisjes geeft aan abortus te zullen plegen als zij zwanger zouden raken. Voor tienermeisjes onder Nieuwe Nederlanders is dat 16%. Tieners geven bijna niet aan het kind ter adoptie te willen afstaan.
- Autochtone tieners verwachten meer steun te krijgen van familie en vrienden dan Nieuwe Nederlanders.
- Van de Nieuwe Nederlanders, vooral onder Turken en Marokkanen, denkt bijna de helft van de tienermeisjes dat ze moeten trouwen met de vader van het kind als ze tienerouder worden. Onder jongens en autochtone tieners wordt dit veel minder verwacht.
Reacties van ouders op tienerzwangerschappen
- Een grote meerderheid zou hun kind financieel steunen en steun bieden bij de opvoeding indien deze tienerouder zou worden. Mannelijke Nieuwe Nederlanders zijn minder bereid om steun te geven.
- Onder Marokkanen is het minder vanzelfsprekend dat tieners thuis kunnen blijven wonen indien zij tienerouder worden.
- Wanneer er sprake is van tienerzwangerschap wordt abortus wel overwogen. Adoptie is (met name onder autochtone Nederlanders) geen optie.
Oorzaken tienerzwangerschappen
- Opvallend is dat ongeveer 30% denkt dat tieners zwanger worden om een partner aan zich te binden. Vooral onder Surinamers wordt dit als belangrijke oorzaak gezien. Tieners denken dit zelf minder vaak.
Hulp aan tienerouders
- De helft van de bevolking vindt dat er meer maatregelen genomen moeten worden om tienerouders te ondersteunen bij werk, opleiding en wonen.
- Een kwart van de tieners wil meer ontmoetingsplekken voor tienerouders.
Gebrek aan regie: een kwalitatief onderzoek naar de achtergronden van tienerzwangerschappen
Een kwalitatief onderzoek naar de mogelijke achtergronden van tienerzwangerschappen, door de RNG uitgevoerd in samenwerking met Geboorteregeling West en Zuid Nederland, in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid en Welzijn. Uit dit onderzoek blijkt onder meer dat de determinanten van zowel bedoelde als onbedoelde zwangerschappen als de keuze voor een kind of een abortus terug te vinden zijn in aspecten van de levensloop en van seksuele voorlichting, met name het ontbreken van richting in het leven, het ontbreken van effectieve seksuele voorlichting en -vorming, en traditionele seksopvattingen. Vooral asielzoeksters zijn extreem kwetsbaar door gebrek aan regie en controle in het eigen (seks)leven.
Gebrek aan regie: een kwalitatief onderzoek naar de achtergronden van tienerzwangerschappen
Kind van twee werelden
Kind van twee werelden. Een kwalitatief onderzoek naar de achtergrond van zwangerschappen bij allochtone tieners.
Uit dit onderzoek, uitgevoerd door de Rutgers Nisso Groep, onder allochtone tienermoeders van Surinaamse, Antilliaanse, (sub-Sahara) Afrikaanse en Chinese afkomst blijkt dat bij de onderzochte allochtone tienermoeders dezelfde factoren een rol spelen als bij autochtone tienermoeders. Daarbij komt dat het leven van allochtone tienermoeders gecompliceerd is doordat zij leven in twee culturen. De manier waarop wordt omgegaan met seksualiteit, anticonceptie, zwangerschap en moederschap is vaak afwijkend van wat in de Nederlandse cultuur gangbaar is. Over seks wordt dan minder makkelijk gepraat en moederschap maakt in veel gevallen nadrukkelijker onderdeel uit van de vrouwelijke identiteit. De dubbele boodschappen uit de twee culturen maakt het voor de allochtone meisjes uit het onderzoek moeilijker om zich de juiste kennis en vaardigheden eigen te maken en die toe te passen in hun eigen leven. Zij zijn hierdoor veelal kwetsbaarder voor het ontstaan van een tienerzwangerschap. Binnen de groep allochtone tienermeiden vormen asielzoeksters de meest zorgelijke groep; vanwege hun situatie ligt hun prioriteit bij het verkrijgen van zekerheid en veiligheid. Het voorkomen van zwangerschap heeft daarom bij hen minder aandacht. Daarbij hebben asielzoekers vaak een kennis- en taalachterstand waardoor zwangerschapspreventie nog moeilijker wordt.
Kind van twee werelden. Een kwalitatief onderzoek naar de achtergronden van zwangerschappen bij allochtone tieners.
Onderzoeksverslag Project Jonge Moeders in Zuid-Holland, JSO, 2005
In 2003 zijn in Zuid-Holland 703 kinderen geboren bij jonge moeders en wonen er naar schatting 1300 jonge moeders in de provincie Zuid-Holland (in Nederland 3125 geboorten en totaal 6129 jonge moeders). Jonge moe-ders wonen vooral in de grote steden. In de grote steden in Zuid-Holland zijn er in 2003: in Rotterdam 257 geboorten bij jonge moeders, Den Haag 147 en Dordrecht 41. In Zuid-Holland zijn in het totaal 10 steden met meer dan 10 geboorten per jaar bij meiden onder de 20.
Zuid-Holland wijkt niet af van het landelijke beeld, wat betreft het aantal geboorten bij jonge moeders. Het zijn er iets meer, maar dat komt waarschijnlijk door de aanwezigheid van de 2 grote steden.
Over etniciteit van de moeders in Zuid-Holland kunnen wij geen uitspraak doen. Van alle jonge moeders in Nederland die in 2002 een kind kregen was 45% autochtoon, 9% westers allochtoon en 46% niet-westers allochtoon.
In de vier onderzochte gemeenten is de herkomst van de jonge moeders heel divers. In Rotterdam zijn grote groepen Antilliaanse, Surinaamse en Kaapverdiaanse moeders, in Dordrecht is een grote groep Antilliaanse jonge moeders, in Leiden zijn het met name (ex) AMA's van Afrikaanse herkomst en in Spijkenisse zijn de meeste jonge moeders autochtoon.
Wij hebben tijdens ons onderzoek signalen gekregen over aantallen illegale jonge moeders. In Leiden zijn er 4 bekend bij het consultatiebureau, in Delft 20.
Zwangere meiden en jonge moeders moeten in een kort tijdsbestek veel stappen naar zelfstandigheid ondernemen. Zij hebben voor al problemen met het vinden of regelen van:
- goede informatie en advies;
- praktische ambulante hulp en opvang;
- zelfstandige huisvesting;
- financiën;
- mogelijkheden om school af te maken en werk te vinden;
- kinderopvang;
- opvoedingsondersteuning.
Het aanbod van instellingen is vaak niet vraaggericht en zijn er veel wachtlijsten. Jonge moeders krijgen ook te maken met vooroordelen van beroepskrachten en mensen in hun eigen omgeving. Zij raken hierdoor soms in een isolement en durven geen hulp te vragen bij een opvoedbureau of Bureau Jeugdzorg (BJZ). Zij zijn vaak bang dat hun kind wordt afgepakt door BJZ. Bij gespecialiseerde instellingen voor jonge moeders voelen zij zich meestal wel op hun gemak. Er is een gebrek aan ambulante hulp en opvang voor deze groep.
De betrokkenheid van de vaders is vaak een probleem.
Alle geïnterviewde gemeenten geven aan op de hoogte te zijn van de problemen van de doelgroep. De grootste knelpunten zien zij op het gebied van wonen, werk en inkomen, opvoeding en kinderopvang.
De instellingen beschrijven dezelfde knelpunten als de jonge moeders. Zij voegen daar o.a. nog aan toe : de wet- en regelgeving, de wachtlijsten en bureaucratie bij de hulpverlening en de andere instellingen.
Het beleid van de landelijke overheid is vooral gericht op het voorkomen van ongewenste zwangerschappen. Ook subsidiëren zij de landelijke FIOM (niet de FIOM-bureaus in de grote steden) en krijgt het VBOK een kleine bijdrage. In Zuid-Holland is er buiten de grote steden specifieke hulp voor zwangere meiden en jonge moeders in Leiden het FIOM, Gouda het VBOK-opvanghuis (en ambulante hulp in de hele provincie van het VBOK) en in Dordrecht Entree, een project dat subsidie heeft gekregen om preventief te werken voor deze groep.
Het beleid van de provincie richt zich op het stimuleren van een optimale ontwikkeling van kinderen en jongeren. In het beleidskader hebben zij aangegeven dat opvoedingsondersteuning voor tienermoeders te kort schiet.
De meeste gemeenten hebben geen specifiek beleid ontwikkeld voor jonge moeders. De Gemeente Rotterdam heeft dit wel en trekt ook een netwerk van instellingen dat met en voor jonge moeders werkt.
Kenmerkend voor de voorbeeldprojecten (elders in Nederland en het project in Denemarken) is dat ze inspelen op de behoeftes van de moeders. Ze gaan uit van een integrale, vraaggerichte aanpak en spelen in op diverse leefgebieden van de moeder, soms ook van het kind of de vader. Iedere instelling doet dit vanuit haar eigen deskundigheid en invalshoek. Een ander kenmerk is dat er in de voorbeeldprojecten met andere instellingen samengewerkt wordt om tot een sluitende aanpak te komen.
Tot slot worden veel voorbeeldprojecten "getrokken" door gemotiveerde en enthousiasmerende vrouwen die, of zelf jonge moeder zijn geweest, of zich erg betrokken voelen bij de doelgroep
Onderzoeksverslag - Project Jonge Moeders - 2005
Wensen van Jonge Moeders
Een onderzoek naar de wensen van jonge moeders in de regio Haaglanden met betrekking tot huisvesting, zorg en ondersteuning, en informatievoorziening.
Het uiteindelijke doel van het onderzoek is om het jong moederschap een plek te geven
binnen gemeentelijk en instellingsbeleid en daarop aansluitend het aanbod van huisvesting, zorg en informatie (beter) af te stemmen op de wensen en behoeften van jonge moeders.
Rapport ES&E Wensen Jonge Moeders
Tienerzwangerschappen en sociale achterstanden
Onderzoek gepubliceerd in BMJ (12 November 2009) naar tienerzwangerschappen en sociale achterstanden
Reviews die kwantitatief en kwalitatief onderzoek combineren vormen een actuele en inspirerende ontwikkeling in de gezondheidswetenschappen. Eerst onderzochten de auteurs in een kwantitatieve meta-analyse interventies om sociale achterstanden bij kinderen en jeugdigen te verkleinen en tienerzwangerschappen te voorkomen. Vervolgens deden de onderzoekers een meta-synthese van kwalitatieve onderzoeken om te achterhalen of de interventies zich voldoende richtten op de volgens de doelgroep (jeugdigen en jonge ouders) relevante kwesties in maatschappij, gemeenschap en familie. De reviewers vonden slechts zes methodologisch goede Amerikaanse kwantitatieve onderzoeken en vijf redelijke tot goede Britse kwalitatieve onderzoeken.
De gevonden interventies bevorderden betrokkenheid bij school, gelukkiger kindertijd en hogere aspiraties voor een arbeidscarrière, maar geen enkele interventie richtte zich op alle volgens de doelgroep relevante kwesties. Toch verminderden de interventies gezamenlijk het aantal tienerzwangerschappen met gemiddeld 39%. Brede interventies ter vermindering van sociale achterstanden bij kinderen en jeugdigen lijken hiermee zinvol als aanvulling op specifi eke seksuele en preconceptie voorlichting om onbedoelde tienerzwangerschappen te voorkomen. Het is belangrijk om interventies (verder) te ontwikkelen met hulp van bestaand en nieuw kwalitatief onderzoek onder jeugdigen en jonge ouders zelf.
Artikel: Tienerzwangerschappen en sociale achterstanden
Leefsituatie van tienermoeders in Nederland
Hoewel de meeste jongeren uiteindelijk blij zijn met hun kind en zich met liefde wijden aan de opvoeding, hebben tienermoeders en -vaders het niet altijd even makkelijk. In het onderzoek van de Rutgerstichting uit 2005 wordt de conclusie getrokken dat de onderzochte tienermoeders het moederschap als moeilijk ervaren en vooral het opgeven van de vrijheid. Het contact met vriendinnen gaat verloren en er ontstaan financiële problemen. In veel gevallen is er ook geen contact meer met de verwekker en moet de tienermoeder het alleen opknappen.
Medisch gezien hebben tienerzwangerschappen een slechtere prognose, vergeleken met zwangerschappen bij volwassen vrouwen. Zo is te lezen in de factsheet van de rutgers Nisso Groep (2009). Kinderen van tieners hebben een hogere kans te vroeg geboren te worden, of voor de geboorte te sterven. De kans op perinatale sterfte is vooral verhoogd onder Afro-allochtone tieners. Wel verlopen bevallingen bij tieners over het algemeen vlotter en hebben zij minder kans op een kunstverlossing.
De problemen die jonge moeders ondervinden kunnen complex zijn. De jonge vrouwen worden zwanger op een moment dat ze zelf volop in een ontwikkeling naar volwassenheid zitten. Door de meestal ongeplande zwangerschap worden jonge vrouwen geconfronteerd met het feit dat ze over een aantal maanden moeder gaan worden. De relatie met de vriend die vader gaat worden en de verhouding met de ouders kan onder druk komen te staan.
In veel gevallen kiest de jonge vrouw ervoor het kind te houden. Vaak betekent dit het einde van de relatie met de vriend. Ze wordt dus niet alleen een moeder: ze wordt een alleenstaande moeder. Vervolgens komt ze voor een scala aan dilemma"s wat betreft werk, opleiding, zorg voor het kind, reacties uit de omgeving, huisvesting en uitkering te staan. Daar komt bij dat voor veel jonge moeders het niet helder is waar wat te regelen en hoe de wet- en regelgeving met betrekking tot jonge moeders eruitziet.
In Nederland geldt de leerplicht tot en met het schooljaar waarin men 16 wordt. Daarna start voor jongeren die nog geen startkwalificatie hebben, de kwalificatieplicht: dat houdt in dt men tot de 18e verjaardag onderwijs moet volgen; dat kan een combinatie van leren en werken zijn. Een startkwalificatie is een havo-, vwo-, of mbo-niveau 2,3, of 4 diploma. Het niet afmaken van de opleiding vormt een risicofactor. 13% van de vroegtijdig schoolverlaters van 15 tot 22 jaar heeft kinderen. Van de totale leeftijdgroep 15-22-jarigen is dat 6%.
Een groot knelpunt is verder dat er te weinig huisvesting is voor tienermoeders, -vaders en hun kinderen. De bestaande opvang is niet alleen onvoldoende, maar sluit ook niet aan op de behoeften van de tieners. Bij de crisisopvang komen zij terecht tussen verslaafden en mensen met psychiatrische stoornissen, bij de vrouwenopvang tussen vrouwen die te maken hebben met huiselijk/seksueel geweld.
Tienermoeders hebben minder gunstige maatschappelijke perspectieven en vaker psychosociale problemen dan vrouwen die ouder zijn als ze moeder worden. Ze hebben vaak moeite om hun opleiding te combineren met het moederschap, kunnen daardoor hun opleiding vaak niet afmaken, en vallen vaak terug op een uitkering. Ook is een groot deel alleenstaand, hebben ze minder kansen op de relatiemarkt en kunnen geïsoleerd raken van hun oude vriendenkring en familie. Ze lopen daarmee meer risico op eenzaamheid en depressie dan volwassen moeders.
De sociale structuur is voor Nederlands/Surinaamse en Nederlands/Antilliaanse meisjes (en mogelijk ook voor andere allochtone meisjes) minder hecht dan in het land van herkomst. Hierdoor krijgen zij als tienermoeder minder steun.
Bronnen:
Lee, L. van der, I. van der Vlugt, C. Wijsen en F. Cadée (2009): Tienerzwangerschappen, abortus en tienermoeders in Nederland. Factsheet Rutgers Nisso groep, 2009.
NJI - Dossier Opvoedingsondersteuning
Behoeften jonge vaders
Léon van Lier interviewde in 2007 10 tienervaders. Hij verdeelt de behoeften van de jonge vaders in vijf thema”s:
1. Abortus
De jonge vaders willen informatie over de feitelijke procedure bij een abortus en hoe een abortus in zijn werk gaat.
De jonge vaders zoeken de informatie over abortus vooral op Internet.
De jonge vaders hebben behoefte aan ervaringen van andere vaders die wel of geen abortus hebben laten uitvoeren.
De jonge vaders halen deze informatie op verschillende fora op Internet waar ervaringen staan beschreven. Deze ervaringen hebben de jonge vaders geholpen bij de besluitvorming.
Twee vaders hebben een beslissingsgesprek gehad bij een instelling.
2. Zwangerschap
De jonge vaders willen informatie over hoe een zwangerschap verloopt.
De jonge vaders willen praktische informatie waar ze allemaal rekening mee moeten houden, welke zaken moeten geregeld en/of aangeschaft worden.
De informatie over zwangerschap wordt in eerste instantie gezocht op Internet. Soms gaan vaders naar de bibliotheek om boeken te zoeken of ze krijgen via de moeder van hun kind boeken (via verloskundige).
De jonge vaders vinden dat er voldoende informatie over zwangerschap te vinden is.
De jonge vaders vinden het opvallend dat er in de beschikbare informatie weinig aandacht is voor jonge vaders.
Op het gebied van ondersteuning hebben de jonge vaders tijdens de zwangerschap weinig wensen.
Zelf ondersteunen zij de moeders o.a. door mee te gaan naar afspraken.
3. Juridische positie als vader
De jonge vaders willen op het gebied van vaderschap vooral informatie over hun juridische positie.
De jonge vaders willen weten wat erkenning inhoudt.
Jonge vaders willen weten welke rechten een vader heeft.
De jonge vaders willen informatie over hun financiële verantwoordelijkheid.
De informatie wordt gezocht op Internet. De jonge vaders vinden dat de informatie nogal onoverzichtelijk is.
Twee vaders hebben informatie ingewonnen over hun wettelijke positie bij deskundigen (Sociale Raadslieden, advocaat).
4. Informatie en steun bij opvoeding indien probleem zich voordoet
De jonge vaders zeggen dat ze in principe geen opvoedingsvragen hebben waar ze informatie over zoeken.
Als er zich problemen bij het opvoeden voordoen, hebben ze vooral praktische vragen (mijn kind eet en/of slaapt niet).
Jonge vaders vragen als eerste advies bij hun eigen ouders.
Enkele jonge vaders zijn bang om ondersteuning of hulp te zoeken bij een instelling omdat ze vinden dat ze daarmee toegeven dat ze het niet kunnen. Ook zijn ze bang dat de kinderbescherming snel wordt ingeschakeld.
Een vader heeft professionele ondersteuning bij het Consultatiebureau gevraagd en gekregen. Deze steun is positief ervaren.
5. Zelfstandig leven opbouwen en zorgen voor kind
Alle jonge vaders in dit onderzoek zeggen dat ze hun verantwoordelijkheid willen nemen en voor hun kind willen zorgen.
Ze vullen deze verantwoordelijkheid in door een baan te zoeken, hun opleiding af te maken en als ze geen relatie meer hebben met de moeder door een omgangsregeling te treffen.
Alle vaders uit dit onderzoek dragen financieel bij aan de opvoeding van hun kind. Sommige vaders kopen spullen voor hun kind, anderen geven een bedrag aan de moeder.
Twee jonge vaders zeggen dat ze leuke activiteiten voor jonge vaders missen. Bijvoorbeeld baby zwemmen. Zij willen meer doen en niet alleen een materiële zorgplicht hebben.
L. van Lier, (2007) 'Een ongelukje met een prachtige beloning...' Een verslag van tien interviews met (aanstaande) jonge vaders. Gouda: JSO; p. 14-15.
NJI - Dossier Opvoedingsondersteuning
Advies tienerouders, Rotterdamse Jongerenraad 2006
De laatste jaren worden in Nederland tussen de 4000 en 4500 meisjes tussen de 15 en 19 jaar zwanger, dat is 10 per 1000 meisjes in die leeftijdsgroep. Van iedere tien zwangerschappen worden er zes uitgedragen, de andere vier eindigen in een abortus. Er worden dus jaarlijks ruim 2000 meisjes voor hun 20ste jaar moeder. Slechts een enkele keer wordt een kind afgestaan ter adoptie. In Rotterdam gaat het om een groep van bijna 3.000 jonge moeders.
De Rotterdamse Jongerenraad (RJR) trekt zich het lot van deze jonge ouders in Rotterdam erg aan en heeft daarom in 2006 een advies geschreven over hoe de RJR denkt dat deze doelgroep in Rotterdam opgevangen en geholpen zouden moeten worden. Er wordt onder meer advies gegeven over huisvesting, onderwijs, werkgelegenheid, opvoedingsondersteuning, hulpverlening en informatievoorziening.
Advies tienerouders, Rotterdamse Jongerenraad
Jonge vaders, onderzoek Rutgers Nisso Groep, 2010
Meer aandacht nodig voor jonge vaders
De Rutgers Nisso Groep heeft een kwalitatief onderzoek gedaan onder jonge vaders, naar hun rol en betrokkenheid bij anticonceptie en de onbedoelde zwangerschap van hun (tiener)vriendin. Het onderzoek onder 19 jongens laat zien dat de verantwoordelijkheid voor het voorkomen van een zwangerschap in de praktijk bij het meisje komt te liggen. Uit het onderzoek blijkt dat jongens het belangrijk vinden om tijdig te worden betrokken bij de besluitvorming rond de zwangerschap. Jongens behoeven ondersteuning bij effectief anticonceptiegebruik, planning van een kind en het vaderschap.
Jongens en anticonceptie
Veel van de jonge vaders in het onderzoek hadden een jonge vriendin die aan de pil was toen zij als tiener zwanger werd. Inconsequent pilgebruik komt onder deze groep veel voor. De jongens zien het gebruik van de pil en de morning-afterpil als een zaak van het meisje. Zelf voelen ze zich verantwoordelijk voor condoomgebruik, om soa's te voorkomen. Ze gebruiken echter inconsequent condooms of laten die achterwege zodra ze hun partner vertrouwen. Over anticonceptie wordt nauwelijks gesproken tussen partners. Verkeerde aannames over anticonceptie blijken hardnekkig. In seksuele en relationele vorming zou benadrukt moeten worden dat het voorkomen van zwangerschap ook een verantwoordelijkheid is voor jongens, en dat zij dus ook informatie moeten krijgen over effectief gebruik van de pil en andere anticonceptiemethoden, en over de morning-afterpil.
Reactie op de zwangerschap
Voor een aantal jongens was het niet ongewoon om jong vader te worden, ook al was dit absoluut niet de bedoeling. Hoewel de reactie vanuit de omgeving in eerste instantie negatief was, hadden de jongens voorbeelden van andere jongens die ook jong ouders waren geworden, vaak zelfs hun eigen ouders. Autochtone jongens en Nederlandse jongens met een Surinaamse en Antilliaanse achtergrond vertelden dat de negatieve reactie vanuit de omgeving snel omsloeg in steun en begrip. Met name binnen de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap is sprake van een dubbele boodschap: er wordt gewaarschuwd voor zwangerschap, maar als een zwangerschap optreedt, wordt deze wel met enthousiasme ontvangen.
Surinaamse en Antilliaanse jongens
Bij alle jongens in het onderzoek was de zwangerschap ongepland en onbedoeld. Een deel van de Surinaams en Antilliaanse jongens reageerde desondanks wel positief op de zwangerschap. Erger dan jong vader worden, is wat hen betreft helemáál geen vader worden. Het vermoeden dat jongens uit Suriname en de Antillen het vaderschap zien als een bevestiging van hun mannelijkheid, werd niet door het onderzoek bevestigd. Ook kan niet worden gezegd dat Surinaamse en Antilliaanse jongens het vaderschap met minder verantwoordelijkheid associëren dan jongens uit de Westerse cultuur. Alle jongens hadden vooraf een vaag idee van het vaderschap en de verantwoordelijkheden die dit met zich meebrengt.
Opleiding en baan
Voordat de jongens vader werden, ontbrak bij veel van hen een duidelijk toekomstperspectief. Opleiding en een baan werden voor de jongens belangrijker door de zwangerschap van hun partner. Juist deze jongens zouden baat hebben bij een actieve ondersteuning van instanties, maar ze staan terughoudend tegenover hulpverlening uit angst om als incompetent te worden gezien. Er zijn signalen dat ze behoefte hebben aan concrete en tastbare hulp, zoals huisvesting en steun bij het vinden van werk en inkomen. 'Softe' interventies als praatgroepjes zijn ook belangrijk, maar pas als het vertrouwen van de jonge vaders in de hulpverlening gewonnen is.
Jonge vaders. Een kwalitatief onderzoek naar de achtergrond en rol van jongens bij ongeplande zwangerschappen (Rutgers Nisso Groep)
Factsheet meisjes en voortijdig schoolverlaten
E-Quality is een kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit. Zij vragen in hun factsheet aandacht voor het probleem van het voortijdig schoolverlaten van met name jonge meisjes. En stellen de vraag: zien (lokale) beleidsmakers en instanties die voortijdig schoolverlaten proberen tegen te gaan meisjes over het hoofd?
Voortijdig schoolverlaten (vsv) is niet een probleem van vandaag of gisteren. Behalve problemen met het vinden van werk, gaat vsv ook gepaard met probleemgedrag van jongeren in de publieke ruimte. Althans, als het jongens betreft. In het algemeen verstoren meisjes met problemen niet de openbare orde. Beleidsmaatregelen en projecten lijken dan ook vooral gericht op die zeer zichtbare jongens.
Meisjes verlaten volgens E-Quality wel minder vaak dan jongens voortijdig hun opleiding. Dat wil echter niet zeggen dat zij minder aandacht nodig hebben, noch dat het algemene beleid ter voorkóming en bestrijding van vsv ook voor hen effectief is.
In de factsheet wordt ingegaan op mogelijke oorzaken van het voortijdig schoolverlaten door meisjes. Er worden enkele 'good practices' beschreven en tot slot doet E-Quality aanbevelingen voor verder onderzoek en noemen we punten van aandacht voor (lokale) beleidsmakers en maatschappelijke organisaties.
Factsheet meisjes en voortijdig schoolverlaten
Tiener en moeder: een bewuste keuze?
Een belevingsonderzoek bij jonge meisjes in Vlaanderen naar de beweegredenen om moeder te worden
Tiener en moeder: een bewuste keuze?
Schaamte voor borstvoeding bij zwangere tieners
Volgens onderzoek in Engeland leidde voorlichting tot meer moeders die borstvoeding geven, maar niet onder tienermoeders. Deze kwantitatieve en kwalitatieve studie probeerde te begrijpen welke psychosociale factoren invloed hadden op intenties tot het geven van borstvoeding bij aanstaande tienermoeders (16-20 jaar) in gedepriveerde stedelijke gebieden. In vier gebieden vulden 71, vooral blanke en Aziatische, zwangere tieners vragenlijsten in over alle aspecten van de Theorie van Gepland Gedrag. Daarna exploreerde de studie in drie focusgroepen in één gebied nog diepgaander de betekenis van deze aspecten voor zeventien andere blanke zwangere tieners.
Vergeleken met aanstaande moeders vanaf twintig jaar uit dezelfde gedepriveerde gebieden, waren de tieners vier maal vaker van plan om uitsluitend flesvoeding te geven. De morele normen en het persoonlijk verantwoordelijkheidsgevoel van de tieners speelden daarbij de grootste rol. Zij zagen borstvoeding als onbehoorlijk en beschamend. In de focusgroepen bleken morele normen, seksualiteit van borsten en gebrek aan eigenwaarde belangrijk. De tieners zagen geen nadelen aan flesvoeding en veel nadelen aan borstvoeding. Ze waren kwetsbaar, voelden weinig privacy, en waren bang in het publiek als "lui" of "slet" gezien te worden. De auteurs onderkenden dat aanstaande tienermoeders een andere houding kunnen hebben in andere culturele omstandigheden, zoals in Scandinavië.
De conclusie was dat voorlichting aan gedepriveerde aanstaande tienermoeders in ieder geval aandacht moet besteden aan onderliggende negatieve morele normen over borstvoeding.
Bron: Kennispoort Verloskunde
Dyson L, Green JM, Renfrew MJ et al. Birth 2010; 37: 141-149
Tienermoeder en kind, Moeders met een (licht) verstandelijke handicap in een residentiële setting en
Stichting Zuidwester, De Zuidwester (Jeugdzorg) en de Roosevelt Academy, Faculty of Social Science at Middelburg (International Honors College of Utrecht University) realiseren samen het project "Tienermoeder en kind, Moeders met een (licht) verstandelijke handicap in een residentiële setting en hun kinderen".
Aanleiding is het groeiende aantal jonge alleenstaande vrouwelijke cliënten - met een verblijfsindicatie bij Zuidwester - die zwanger zijn of al een kind hebben. Het betreft het gehele werkgebied van Zuidwester.
Het betreft hierbij noodzakelijke zorg speciaal gericht op de opvoedkundige situatie van moeders met een verstandelijke beperking en hun kinderen, waarvoor een geëigende financiering ontbreekt. Met name waar het de ondersteuning en zorg voor het kind betreft. Om deze moeders naast de dagelijkse begeleiding ook te kunnen ondersteunen bij het opvoeden van het kind is extra specifieke aandacht en inspanning noodzakelijk.
Doel is het verbeteren van het opvoeding- en toekomstperspectief van kinderen van ouders met een verstandelijke beperking in een residentiële setting door middel van een op deze doelgroep afgestemd training- en begeleidingsprogramma. Verder is het project mede bedoeld om de beste begeleidingsvorm in de afstemming tussen de (verstandelijke) gehandicaptenzorg en jeugdzorg, met een daarbij passende structurele financiering te vinden.
Tienermoeder en kind, Moeders met een (licht) verstandelijke handicap in een residentiële setting en hun kinderen
Moraliteit in de hulpverlening aan jonge moeders
Regelmatig krijgt de hulpverlening te maken met de problematiek van jonge tienermoeders. Deze problematiek is met scherpe morele oordelen omgeven. Daarom is het belangrijk dat hulpverleners goed kunnen reflecteren op hun morele handelen in hulpverleningsrelaties. Dit onderzoeks- en ontwikkelproject wil daar graag een bijdrage aan leveren.
Reflectie op moraliteit
In dit onderzoek staan twee hoofdvragen centraal:
- Hoe wordt moraliteit zichtbaar in de hulpverlening aan jonge moeders en hoe hanteren professionals dit thema in de hulpverleningsrelatie?
- Hoe kan reflectie op het morele handelen van professionals een plaats krijgen in opleidingen, trainingen en intervisies van professionals die hulp verlenen aan jonge moeders?
Kennisverwerving en ontwikkeling
Bij de eerste vraag staat kennisverwerving centraal. Hiertoe is verkennend onderzoek gedaan in circa vijf organisaties voor hulpverlening aan jonge moeders. Dit onderzoek bestaat onder meer uit observaties, zelfobservaties van hulpverleners en focusgroepbijeenkomsten met professionals.
De tweede vraag richt zich op de praktijk. Het doel van dit onderzoek is om praktische "handvatten" te ontwikkelen, die professionals kunnen gebruiken om de reflectie op hun morele handelen vorm te geven.
Looptijd en resultaten
Het onderzoek heeft een looptijd van mei 2008 tot december 2010. Het zal uitmonden in publicaties, lezingen en methodische handvatten. Het project is inmiddels afgerond.
Onderzoekers
Het onderzoek is uitgevoerd door Sabrina Keinemans en Mariël Kanne. Sabrina Keinemans verrichtte dit onderzoek naast haar promotieonderzoek aan de Universiteit Utrecht, dat zich richt op het perspectief van jonge moeders en de hulp die zij ontvangen.
Samenvatting - Keinemans, S., & Kanne, M. (2010). Morele wegwijzers. De morele dimensie van de hulpverlening aan adolescente moeders.
Tienermoeders en jonge moeders in Zuid-Holland-Zuid
In Zuid-Holland Zuid kwamen er de afgelopen vijf jaar (2005-2009) jaarlijks ongeveer 70 tienermoeders en 360 jonge moeders bij. Het overgrote deel van hen heeft geen hulp nodig, of kan zelf hulp regelen in de eigen omgeving (partner, familie, vrienden).
Jonge vrouwen hebben meer kans om jong moeder te worden als zij: een laag inkomen hebben, getrouwd zijn, een lage opleiding hebben en Antilliaans zijn (vanwege de status die dat binnen deze cultuur oplevert). Deze regio heeft relatief veel van deze jonge vrouwen. Daarnaast hebben kinderen van tienermoeders 11 keer meer kans om zelf tienermoeder te worden dan gemiddeld.
Als we op basis van de samenstelling van de regio Zuid-Holland Zuid het aantal tienermoeders berekenen, dan heeft Dordrecht het aantal tienermoeders dat mag worden verwacht.
De meeste tienermoeders en jonge moeders krijgen de hulp die ze nodig hebben. Uit een enquête blijkt dat maar een klein deel behoefte heeft aan professionele hulp, maar dat niet krijgt. Uit gesprekken met deze moeders komt naar voren dat dit vooral komt door onbekendheid met het bestaande zorgaanbod.
Het vergroten van de bekendheid van het zorgaanbod is daarom een belangrijke aanbeveling. De gemeenten en zorginstellingen in Zuid-Holland Zuid zijn al hard aan het werk op dit gebied. Zo is er afgelopen jaar een sociale kaart gemaakt van het zorgaanbod voor jonge moeders.
Rapport Tienermoeders en jonge moeders in Zuid-Holland-Zuid
Seksuele vorming en identiteit
Verslag van een inventariserend onderzoek naar de rationele en seksuele opvattingen van allochtone jongeren.
Tussen het ontbreken van begeleiding in de seksuele vorming van allochtone jongeren en hun seksuele gezondheid kan een directe link gelegd worden. Uit cijfers van de Rutgers Nisso Groep, Equality en ook uit bevindingen van ACB Kenniscentrum blijkt dat in allochtone gezinnen nog steeds een groot taboe op (spreken over) seksualiteit rust. Van seksuele opvoeding is dan ook nauwelijks sprake. Ten gevolge hiervan leven heel wat allochtone jongeren met een dubbele seksuele moraal.
Bron: ACB Kenniscentrum
Seksuele vorming en identiteit
Regionaal beeld van de jeugd 2011
6 op de duizend tienermeisjes zijn moeder.
In 2011 telde Nederland 3,2 duizend tienermoeders. Dit aantal moeders van 19 jaar of jonger was de laatste vier jaar nagenoeg stabiel. Aan het begin van deze eeuw nam het aantal tienermoeders nog flink toe, vooral in de jaren 2001 tot 2004. Hierdoor kwam het aantal tienermoeders in Nederland kortstondig uit op bijna 5 duizend. Vanaf 2004 daalde het echter, en deze daling is geleidelijk overgegaan in de huidige, stabiele situatie. De daling komt vooral doordat er minder niet-westers allochtone jonge meisjes moeder werden (De Graaf, 2010). In 2011 waren 6 op de Regionaal beeld van de jeugd 2011 duizend vrouwen in de leeftijdscategorie van 15 tot 20 jaar moeder, tegenover nog ruim 10 op de duizend in de periode 2002-2004.
Het aandeel tienermoeders op de vrouwelijke bevolking van 15 tot 20 jaar is in Rotterdam, Amsterdam en Den Haag groter dan gemiddeld in Nederland, respectievelijk 18, 10 en 11 op de duizend meisjes. Alleen Utrecht kende van de vier grote steden een relatief klein aandeel jonge moeders (4 op de duizend 15- tot 20-jarige meisjes). Waar de grote steden in het begin van deze eeuw echter ook nog het grootste aandeel jonge moeders hadden, was dat echter in 2011 niet meer zo. Zo waren in de gemeenten Delfzijl, Het Bildt en Oldambt zo"n 20 op de duizend meisjes moeder.
Regionaal beeld van de jeugd 2011
Belangrijkste conclusies seks onder je 25ste 2012
Seks onder je 25ste 2012 is een grootschalig representatief onderzoek naar de seksuele gezondheid van jongeren in Nederland. Het onderzoek is uitgevoerd door Rutgers WPF en Soa Aids Nederland en gefinancierd door ZonMw. In 2005 deden bijna 5000 jongeren voor de eerste keer mee aan een dergelijk onderzoek (De Graaf, Meijer, Poelman & Vanwesenbeeck, 2005). In 2011 vulden bijna 8000 jongeren een digitale vragenlijst in met vragen over een breed scala aan seksualiteit gerelateerde thema’s. Deze jongeren werden deels geworven via 43 scholen voor voortgezet onderwijs en deels via aselecte steekproeven uit de gemeentelijke basisadministraties (GBA) van 55 gemeenten. De steekproef is representatief voor de populatie jongeren van 12 tot 25 jaar in Nederland. Seks onder je 25ste 2012 is een Participatief Actie Onderzoek. Tijdens het gehele proces van onderzoek naar het komen tot een actieplan wordt samengewerkt met belanghebbenden, individuen en organisaties die zich richten op jongeren en seksualiteit, zoals GGD's, Sense, landelijke thema instituten, universiteiten, onderzoeksinstellingen, jongerenorganisaties etc. De belangrijkste uitkomsten worden hier beschreven.
Wat werkt bij jonge moeders
Met de term ‘jonge moeders’ worden doorgaans moeders tot 24 jaar bedoeld. Op jonge leeftijd moeder worden is niet per definitie een probleem. Of het een jonge moeder lukt zichzelf staande te houden en haar kind op te voeden, hangt nauw samen met haar eigen voorgeschiedenis en de aan- of afwezigheid van risico- en beschermende factoren. Wanneer er wel sprake is van problematiek als een laag opleidingsniveau, financiële- of huisvestingsproblemen of psychosociale problemen, kan dit negatieve gevolgen hebben voor het kind. Het is daarom van belang dat er effectieve interventies speciaal voor jonge moeders (en hun kind) bestaan.
Werkzame factoren
Er is een aantal werkzame factoren aan te wijzen die veelbelovend zijn bij interventies voor jonge (aanstaande) moeders. Zo is sociale steun erg belangrijk. Een interventie dient dan ook het sociale netwerk van de jonge moeder te betrekken. Andere werkzame factoren zijn: psycho-educatie, timing (een interventie voor jonge moeders is het meest effectief wanneer al vóór de bevalling wordt begonnen) en een nadruk op hechting (de ontwikkeling van een kind hangt nauw samen met de hechtingsrelatie tussen ouder en kind). Om veelbelovende en werkzame factoren meer bewijskracht te geven is meer onderzoek nodig.
Effectieve programma's
Hoewel er in Nederland nog beperkt onderzoek is gedaan naar wat werkt bij jonge moeders die problemen ervaren, is er vanuit de Verenigde Staten een aardige hoeveelheid literatuur beschikbaar. Uit de literatuur blijkt dat huisbezoeken, school gerelateerde programma’s en opvoedingsprogramma’s effectief zijn in de behandeling van jonge moeders.
Meer informatie
Meer informatie over werkzame elementen in de hulp aan jonge moeders is te vinden in: Wat werkt bij jonge moeders?
Deze tekst is geschreven in het kader van het project 'Doorlichting op effectiviteit van het Amsterdamse jeugdzorgaanbod.' Een onderdeel van dit project bestond uit het bijeenbrengen van de beschikbare kennis over wat werkt bij jonge moeders. Het bovenstaande overzicht is hiervan het resultaat.
Bron: Dossier Jonge Ouders NJI