Product
Brochure 'Jong en een Kind'
De Fiom geeft een brochure uit met praktische informatie over jong ouderschap. De brochure Jong en een Kind is bedoeld voor jonge moeders en jong zwangeren.
Er staat informatie in over de leefgebieden van tienermoeders, zoals het regelen van financiën, het vinden van een woning, het regelen van kinderopvang en hoe het zit met school of werk.
De brochure richt zich vooral op de situatie van de jonge moeders, maar is ook interessant voor jonge vaders en (aanstaande) opa's en oma's!
In februari 2009 is er een vernieuwde uitgave verschenen. Deze kan besteld worden bij het Fiom-bureau in de regio en is ook te downloaden via onderstaande www.fiom.nl.
Lespakket 'Zwanger ... en dan?'
Vrijwel alle scholen voor voortgezet onderwijs verzorgen in de onderbouw lessen over relaties en seksualiteit. Hierbij komt onder andere het voorkomen van een onbedoelde zwangerschap aan de orde. Als aanvulling op de voorlichting in de onderbouw, biedt de Fiom voor de bovenbouw het lespakket 'Zwanger ... en dan?' aan.
Waarom nodig
Een zwangerschap bij tieners is over het algemeen geen bewuste keuze was. De ongeplande zwangerschappen zijn meestal het gevolg van het verkeerd gebruik van anticonceptie middelen zoals de pil of het condoom. In sommige situaties is naïviteit de oorzaak van de zwangerschap. Het meisje is van mening (al dan niet overgehaald door de jongen) dat een zwangerschap haar niet kan overkomen. Er valt nog veel te winnen met goede, professionele voorlichting aan leerlingen over wat het betekent om op jonge leeftijd een kind te krijgen.
Het pakket van Fiom bestaat uit:
- vier lessen;
- een docentenhandleiding;
- een DVD;
- een informatiepakket voor leerlingbegeleiders.
De lessen hebben als doel een bijdrage te leveren aan het voorkómen van onbedoelde zwangerschappen door een reëel beeld te schetsen van de consequenties.
Naast het lespakket biedt de Fiom:
- lessen op het Voortgezet onderwijs;
- consultatie en advies voor professionals/leerkrachten.
Lees de folder over 'Zwanger ... en dan?'
Methodiekbeschrijving voor het werken met jonge moeders
De methodiek 'Hoe doe jij dat....nou gewoon' beschrijft de basishouding die in het werken met tienermoeders van essentieel belang is. De werkwijze is geschreven voor alle professionals die in hun werk met jonge moeders te maken hebben.
Bij de methodiekbeschrijving hoort een tweedaagse training waarin oplossingsgericht werken met jonge ouders centraal staat.
Het aanbod van de Fiom binnen het werken met deze methodiek is:
- methodiekbeschrijving werken met jonge moeders;
- training werken met jonge ouders, 1 of 2 daags;
- consultatie en advies.
De begeleiders binnen de al bestaande ontmoetings- en coördinatiepunten (Steady, Donna, JEM&kids) dragen tijdens hun werk de houding die beschreven staat in deze methodiekbeschrijving uit. Het is hun gemeenschappelijke ervaring dat de hier beschreven houding bij deze doelgroep werkt.
Basishouding
De basishouding zoals in deze methodiek beschreven, lijkt vanzelfsprekend. De praktijk wijst echter uit dat het niet voor iedereen even makkelijk is om zich deze houding werkelijk eigen te maken. Het hoeft niet zonder slag of stoot te gaan en kan veel vergen van mensen die deze houding niet gewoon zijn en gewend zijn te werken met cliënten die een specifieke hulpvraag hebben. Zelfreflectie, intervisie en intercollegiale toetsing bieden in zo'n situatie uitkomst.
Steun
Daarnaast is het belangrijk dat je er als medewerker van een bepaalde organisatie niet alleen voor staat. Het beleid en het management dienen overtuigd te zijn van het nut van het werken met deze methodiek. Daarnaast dienen ze de medewerker te ondersteunen in de uitvoering van deze werkwijze en ervan overtuigd te zijn dat deze doelgroep een andere aanpak vereist.
Praktijkmap jonge moedergroepen
De Fiom, Stade Advies en JSO hebben de praktijkmap 'Heft in eigen hand' ontwikkeld om bijeenkomsten met jonge moeders te organiseren. In de map zijn vijf thema"s uitgewerkt in 26 bijeenkomsten voor jonge moeders.
Deze vijf thema's zijn:
- visie op moederschap;
- je kind;
- onafhankelijk zijn;
- zelf jong zijn;
- relaties.
Naast deze bijeenkomsten geeft de map informatie over
- de achtergronden van jonge moeder's;
- de visie die aan de jonge moedergroepen ten grondslag ligt;
- de vaardigheden van de begeleiders van deze jonge moedergroepen;
Website "Heft in eigen hand"
Op de website heft in eigen hand is alle informatie uit de map opgenomen. Alle bijeenkomsten kunnen gratis worden geprint vanaf de website.
Heft in eigen hand - Draaiboek
Training werken met tienermoeders
In 2008 is een methodiek ontwikkeld voor het werken met tienermoeders: 'Hoe doe jij dat? Nou, gewoon...!' Om volgens deze methodiek te kunnen werken biedt de Fiom een training aan voor hulpverleners die werken met jonge moeders tot 23 jaar.
Doel training
De training bestaat uit 4 bijeenkomsten. Iedere bijeenkomst duurt 4 uur. Centraal in de training staat de communicatie en bejegening van tienermoeders. Daarnaast gaat het bij deze training om het in kaart brengen van de problemen op alle levensgebieden en de methodische begeleiding van de jonge moeders. Interculturele aspecten zullen een rol spelen in de training.
Onderwerpen
In de training zal gebruik worden gemaakt van verschillende didactische werkvormen, zodat de deelnemer niet alleen kennis krijgt overgedragen maar zich de gewenste houding en vaardigheden ook eigen leert maken. In de training zullen o.a. de volgende onderwerpen aan de orde komen:
1. De doelgroep (jonge moeder en adolescent, leefgebieden, het sociale netwerk)
2. De werkwijze (vertrouwen en veiligheid, outreachende hulpverlening, 8 fasenmodel, intercultureel werken)
3. Kennis en houding (de hulpverlener als vraagbaak, verschillende gesprekstechnieken)
4. Oplossingsgericht werken
Kosten
Voor informatie over de kosten kunt u contact opnemen met het Fiom-bureau bij u in de buurt.
Protocol Preventie Schooluitval Zwangere Leerlingen en Tienermoeders
RadarAdvies en Fiom hebben het protocol Preventie Schooluitval Zwangere Leerlingen en tienermoeders ontwikkeld. In deze aanpak maken scholen en andere zorgpartners heldere afspraken om schooluitval tegen te gaan. Afspraken over signalering, begeleiding, advies en monitoring tijdens de zwangerschap en terugkeer naar school. Het biedt een handvat voor directie, docenten, decanen, leerlingbegeleiders en vertrouwenspersonen, functionarissen van Leerplicht/RMC en de externe zorgpartners. Het protocol en bijbehorend implementatieplan zijn tot stand gekomen met een subsidie van het Ministerie van VWS.
In de regio Drechtsteden is in 2008 een protocol ontwikkeld om schooluitval onder zwangere leerlingen en tienermoeders tegen te gaan. RadarAdvies en de Fiom hebben deze methodiek met subsidie van het ministerie van VWS doorontwikkeld tot een landelijk toepasbare variant. Hiervoor hebben evaluaties plaatsgevonden en is er getest op een aantal schoollocaties in Nederland.
De implementatie van het protocol ligt doorgaans bij de scholen zelf. Maar ook gemeenten kunnen hiervoor het initiatief nemen, door de aanpak via leerplichtzaken en RMC in hun regio door te voeren. De ervaring leert echter dat deze implementatie niet eenvoudig is. Daarom is een implementatieplan ontwikkeld dat scholen en andere instanties helpt om het protocol daadwerkelijk in praktijk te brengen. Het plan bevat een aantal fasen die stapsgewijs doorlopen kunnen worden. Door deze stappen te volgen, vergroten scholen de kans op succesvolle invoering en actief gebruik van het protocol. Daar waar nodig kunnen zij aanpassingen doorvoeren voor hun specifieke situatie, zodat het protocol is toegesneden op hun organisatie of regio.
Download
Het Protocol en het Implementatieplan Preventie Schooluitval Zwangere Leerlingen en Tienermoeders
Richtlijn kinderwens en ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking MEE
MEE-consulenten krijgen regelmatig te maken met mensen met een verstandelijke beperking die vragen hebben op het gebied van kinderwens, zwangerschap en ouderschap. In 2008 hebben de MEE-organisaties een gezamenlijke visie vastgesteld op kinderwens en ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking.
Deze richtlijn is ontwikkeld om consulenten te ondersteunen bij de uitvoering van onze visie. De richtlijn is een leidraad voor het handelen van MEE-consulenten die te maken krijgen met vragen over kinderwens, zwangerschap en ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking. De richtlijn omschrijft wat een consulent in ieder geval moet doen tijdens het ondersteuningsproces. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de ondersteuning wordt bepaald door:
- de vraag van cliënt en partner
- de mogelijkheden van hun sociaal netwerk
- de professionele inzichten van MEE-consulenten en andere professionals waarmee wordt samengewerkt in het ondersteuningsproces.
Doel van de richtlijn is om bij te dragen aan de kwaliteit van de ondersteuning. Daarnaast is de richtlijn bedoeld om de transparantie van het handelen van MEE naar derden te vergroten.
MEE Richtlijn kinderwens en ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking
Informatiekoffer: kinderwens van mensen met een licht verstandelijke beperking bespreekbaar maken
Als iemand met een verstandelijke beperking zegt: 'Ik wil graag een kind', dan gaan alle alarmbellen rinkelen. 'Er rust een groot taboe op', stelt GZ- psycholoog Marja Hodes. 'Maar door er niet over te praten, keren zij de hulpverlening de rug toe. En die kinderen komen er dan toch wel.'
'Een kinderwens op zich mag er zijn', vindt Hodes. Hulpverleners mogen geen oordeel vellen over of iemand wel of niet kinderen zou moeten krijgen. Als het gaat over ouders met een verstandelijke handicap, denkt iedereen vaak aan excessen die breed worden uitgemeten in de media, vindt de psycholoog. Kinderen worden verwaarloosd door ouders die moeite hebben om goed voor zichzelf te zorgen. 'Maar een beperking', zo blijkt uit onderzoek en zegt Hodes, 'is wel een risicofactor, maar zeker geen bepalende factor als we het over falend ouderschap hebben.'
Buiten de boot
Wanneer je aan mensen vraagt wat zij belangrijk vinden in hun leven, dan hoort het vormen van een gezin en het krijgen van een kind daarbij, aldus Hodes. De informatie over wat er allemaal in je leven verandert en wat je moet doen en kunnen, ontbreekt echter. 'Vooral mensen met een licht verstandelijke beperking vallen wat dat betreft buiten de boot', vindt ze. Voor haar een reden om een koffer te maken met informatie, zodat de kinderwens bespreekbaar wordt.
'Het gaat niet om ontmoedigen of bemoedigen', benadrukt Hodes. 'Het gaat er vooral om dat het duidelijk wordt wat zo'n grote beslissing inhoudt.' En dat wordt heel concreet door bijvoorbeeld een lijst in te vullen over hoe je het huis kindveilig maakt. Of opdrachten met speelgeld: wat kost het nu eigenlijk, een baby opvoeden? En wat betekent een kind voor je relatie? 'Zo kan iemand bewuster bepalen of een kind op dat moment eigenlijk wel past in haar leven.'
Deuren dicht
De koffer is niet alleen voor de cliënt bedoeld. Hij bevat ook een spel waarbij hulpverleners hun eigen opvattingen kunnen ontdekken over dit onderwerp. 'Als een cliënt van het gezicht van de hulpverlener kan aflezen dat hij of zij de wens afkeurt, dan gaan alle deuren dicht. Het is juist belangrijk dat er een klimaat ontstaat waarin de cliënt weet dat zij voor hulp kan aankloppen.'
Die hulp moet ook vooral in het eigen netwerk worden gezocht. 'We bepalen samen welke mensen de cliënt belangrijk vindt en wie haar kan adviseren of helpen. Het is goed dat het netwerk al in een heel vroeg stadium wordt versterkt.'
Hodes heeft met haar project de Gehandicaptenzorgprijs 2010 van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) gewonnen. Het geldbedrag dat daarbij hoort, zal ze gebruiken om de informatie te vertalen. Er is internationaal namelijk veel belangstelling voor de koffer. Dat is goed, vindt Hodes. 'Want niet alleen in Nederland mogen we een kinderwens bij mensen met een beperking niet over het hoofd zien. Die moet je met respect benaderen.'
Projectgegevens
Naam: 'Kinderen, waar kies ik voor?
Initiatief van: Marja Hodes, klinisch en GZ-psycholoog
Uitvoerder: ASVZ, zorgorganisatie voor mensen met een verstandelijke beperking
Doelstelling: De kinderwens van mensen met een licht verstandelijke beperking bespreekbaar maken, met behulp van een informatiekoffer
Winnaar van: Gehandicaptenzorgprijs 2010 van VGN
Kosten: 395 euro
ASVZ
Check je geld! Voor jeugdhulpverleners
Check je geld! bereidt jongeren voor op zelfstandig wonen en leven. Het pakket bestaat uit zes onderdelen, die elk over één thema gaan. De thema's zijn geschikt voor jongeren die binnenkort op zichzelf gaan wonen. Voorbeelden zijn uitkomen met je inkomen, de invloed van reclame op je uitgaven en de kosten van op jezelf wonen.
Voor jongeren in de jeugdhulpverlening
Check je geld! bestaat uit zes bijeenkomsten, die elk over één thema gaan. De thema's zijn gebaseerd op de Nibud-competenties en geschikt voor jongeren vanaf 16 jaar die begeleid worden vanuit de jeugdhulpverlening. De bijeenkomsten gaan over betalingen, uitkomen met je geld, studeren en werken, de invloed van reclame, de kosten van op jezelf wonen en sparen en lenen. De thema's en werkvormen vormen afgeronde eenheden. Jongeren kunnen individueel een opdrachtje maken of in groepsverband.
Check je geld! voorziet in een gat in de markt, omdat in de jeugdhulpverlening iets dergelijks nog niet bestond. Met dit pakket wordt nu iets geboden waar jongeren makkelijk mee aan de slag kunnen.
Check je geld (NIBUD)
Scholingsavond tienerouderschap voor kraamverzorgenden of verloskundigen
Heeft u in uw werk als kraamverzorgende of verloskundige te maken met tienerouders?
Het werken met een jonge moeder doet een bijzonder beroep op u als professional. Eigen emoties en ethische vragen spelen een grote rol:
- "Waarom komt ze haar afspraken niet na?"
- "Dit meisje staat er helemaal alleen voor, waar is haar vangnet?"
- "Hoe kan ik haar het beste aanspreken op zaken die ze beter anders kan regelen?"
- "Ze wordt door haar ouders op straat gezet, wat kan ik doen?"
"Hoe onderhoud ik de vertrouwensband?"
De Fiom is een expertisecentrum als het gaat om tienermoeders. Vaak hebben deze meiden een klein netwerk en dus ook weinig ondersteuning.
De Fiom wil graag aansluiten op de taken die professionals hierin hebben. Zij zijn vaak degene die kunnen signaleren of verdere begeleiding wenselijk is en die kunnen verwijzen. Daarom biedt de Fiom diverse scholingsmogelijkheden aan:
- Kennismakingsbezoek tijdens een werkoverleg: presentatie van de aandachtsgebieden en de werkwijze van de Fiom,
- Scholingsavond over tienerzwangerschappen en tienerouderschap. Voor verloskundigen.
- Scholingsavond over tienerzwangerschappen en tienerouderschap. Voor kraamverzorgenden.
Belangstellenden voor een kennismakingsbezoek en/of scholingsavond kunnen contact opnemen met het Fiom-bureau in uw regio.
Opvangatlas
Digitaal vademecum wijst daklozen de weg
Mensen die dringend opvang nodig hebben, kunnen sinds dinsdag 26 april gebruik maken van Opvangatlas.nl van de Federatie Opvang. Deze website werkt als een zoekmachine. Hierdoor is het mogelijk om snel de juiste hulp op de juiste plek te vinden. De site is onder andere bedoeld voor slachtoffers van huiselijk geweld, ex-gedetineerden en zwerfjongeren.
Opvangatlas.nl is de moderne opvolger van het Vademecum Opvang, waarvan de laatste editie verscheen in 2004. "Dat was een boek van wel zevenhonderd pagina"s, vol informatie die heel snel verouderde", zegt projectleider Marc Clarijs van de Federatie Opvang, initiatiefnemer van Opvangatlas.nl. "Zo'n gids is niet meer van deze tijd."
Actueel
Grote voordeel van een digitale wegwijzer is volgens Clarijs dat de informatie elk moment aangepast kan worden en de gegevens dus altijd actueel zijn. Bovendien kan iemand die hulp nodig heeft snel een geschikte instantie vinden in zijn eigen woonplaats. In grote steden kan ook per wijk worden gezocht. Clarijs: "Als iemand zijn postcode invult, en daarnaast ook nog de juiste trefwoorden aanvinkt, verschijnt er automatisch een adres op het scherm, plus de diensttijden van de desbetreffende instantie." Trefwoorden zijn bijvoorbeeld: "dakloosheid", "bedreiging of geweld thuis" of "vrijlating uit de gevangenis".
Extra informatie
Opvangatlas.nl is ook bedoeld voor hulpverleners. Zij krijgen vaak extra informatie te zien, bijvoorbeeld over het aantal beschikbare plekken van een bepaald opvangadres. Clarijs: "Die informatie maken we niet voor iedereen toegankelijk om te voorkomen dat Jan en Alleman naar zo'n instelling gaat bellen."
Opvangadres
Op dit moment staat er op de website alleen nog informatie van de leden van de Federatie Opvang, zo'n vijfenzeventig instellingen voor maatschappelijke opvang. Clarijs: "In de loop van dit jaar gaan wij andere instanties vragen om zich ook aan te sluiten." Ook gemeenten worden gevraagd om mee te werken aan de site. "Dat is hard nodig. Onlangs zocht ik bijvoorbeeld op de website van de gemeente Rhenen naar een opvangadres voor daklozen. Werd ik naar Amsterdam verwezen! Dat is natuurlijk niet handig", aldus Clarijs.
Betalen
Organisaties die geen lid zijn van de Federatie Opvang moeten gaan betalen voor deelname aan Opvangatlas.nl. Hiervoor kunnen ze een abonnement afsluiten. Hoeveel ze betalen hangt af van het aantal locaties dat ze willen aanmelden. Het is de bedoeling dat elke instelling zijn eigen informatie beheert. "Zo houden ze zelf de regie", zegt Clarijs. "Als een organisatie bijvoorbeeld wil dat een adres om veiligheidsredenen geheim blijft, dan zetten ze dat er gewoon niet bij." De website wordt voor een deel gefinancierd door de Adessium Foundation, een filantropische instelling.
Opvangatlas
Databank Meidenwerk
Jongerenwerk blijkt in de praktijk toch vooral jongenswerk te zijn. Het meidenwerk verdient meer aandacht.
JSO heeft daarom geïnventariseerd welke methodieken worden gebruikt in het meidenwerk. Studenten van de Hogeschool Leiden hebben begin 2011 in het kader van hun minor Preventie alle bestaande methodieken voor het meidenwerk geïnventariseerd in de Databank Meidenwerk. In dit document worden methodieken en werkwijzen beschreven die zich richten op meiden tussen 12 en 18 jaar oud. Het document ondersteunt het meidenwerk bij het versterken van de kwaliteit van (methodisch) werken.
JSO heeft in samenwerking met Youth for Christ en de Hogeschool InHolland Meiden Inc opgericht, een oproep aan gemeenten om het meidenwerk weer op de politieke agenda te zetten en in hun jeugdbeleid expliciet aandacht besteden aan meiden.
Voor meer informatie over het meidenwerk kunt u contact opnemen met Fietje Schelling, projectleider, E f.schelling@jso.nl of T 01182 547888..
Databank Meidenwerk
Tienermoeders en jonge moeders in Zuid-Holland-Zuid
In Zuid-Holland Zuid kwamen er de afgelopen vijf jaar (2005-2009) jaarlijks ongeveer 70 tienermoeders en 360 jonge moeders bij. Het overgrote deel van hen heeft geen hulp nodig, of kan zelf hulp regelen in de eigen omgeving (partner, familie, vrienden).
Jonge vrouwen hebben meer kans om jong moeder te worden als zij: een laag inkomen hebben, getrouwd zijn, een lage opleiding hebben en Antilliaans zijn (vanwege de status die dat binnen deze cultuur oplevert). Deze regio heeft relatief veel van deze jonge vrouwen. Daarnaast hebben kinderen van tienermoeders 11 keer meer kans om zelf tienermoeder te worden dan gemiddeld.
Als we op basis van de samenstelling van de regio Zuid-Holland Zuid het aantal tienermoeders berekenen, dan heeft Dordrecht het aantal tienermoeders dat mag worden verwacht.
De meeste tienermoeders en jonge moeders krijgen de hulp die ze nodig hebben. Uit een enquête blijkt dat maar een klein deel behoefte heeft aan professionele hulp, maar dat niet krijgt. Uit gesprekken met deze moeders komt naar voren dat dit vooral komt door onbekendheid met het bestaande zorgaanbod.
Het vergroten van de bekendheid van het zorgaanbod is daarom een belangrijke aanbeveling. De gemeenten en zorginstellingen in Zuid-Holland Zuid zijn al hard aan het werk op dit gebied. Zo is er afgelopen jaar een sociale kaart gemaakt van het zorgaanbod voor jonge moeders.
Rapport Tienermoeders en jonge moeders in Zuid-Holland-Zuid
Boek: Hulp aan zeer jonge ouders, van methode tot bejegening
Het nieuwste boek van Martine Delfos! 'Hulp aan zeer jonge ouders' focust op de begeleiding van tienerouders en zeer jonge ouders. Dankzij gerichte aandacht is het aantal tienerzwangerschappen in Nederland zeer laag. Onverwachts en ongewenst zwanger worden is tot een minimum beperkt; voor jongeren van autochtone, Marokkaanse en Turkse afkomst is een bodemaantal bereikt.
Als verzorger en opvoeder van een kind moeten deze adolescenten een versnelde ontwikkeling meemaken van puber naar volwassen ouder. In de hulpverleningspraktijk slaan de nieuwe ideeën over begeleiding aan. Zeer jonge ouders gedragen zich veel volwassener dan velen verwachtten. Bejegening blijkt belangrijk: ze serieus nemen, naar ze luisteren, niet preken, maar hersens op “aan” zetten.
Martine Delfos presenteert de wetenschappelijke kennis op het gebied van zeer jonge ouders en beschrijft het belang van een juiste bejegening. Op genuanceerde en toegankelijke wijze laat ze zien wat de adolescentieperiode betekent en hoe we zeer jonge ouders kunnen bijstaan in plaats van hun leven te verzwaren via vooroordelen en verkeerd aansluiten.
Hulp aan zeer jonge ouders is bedoeld voor hulpverleners van zeer jonge ouders. Het is tevens een opleidingsboek over de non-specifieke factoren, met name de bejegening.
Martine Delfos
ISBN: 978-90-8850-024-4
120 pagina's
1e druk, 2011
Hulp aan zeer jonge ouders, van methode tot bejegening
Tienerzwangerschap en Sociale Media
De Centers for Disease Control and Prevention (USA) hebben een Social Media Toolkit ontwikkeld tbv de preventie van tienerzwangerschappen. Filmpjes, tweets, e-cards, kennisquiz en nog veel meer kunnen via social media verspreid worden.
Informatie van CDC over de inzet van Social Media Toolkit bij preventie van tienerzwangerschappen (Engelstalig)
Methodiek Werken met Jonge Vaders
In 2008 is er door de Fiom een methodiekbeschrijving ontwikkeld voor het werken met jonge moeders: "Een eigen plek en een aparte aanpak". Omdat de aanpak voor moeders niet één-op-één kan worden ingezet op jonge vaders, is er besloten een aparte methodiekbeschrijving te maken voor het werken met jonge vaders.
Jonge vaders zijn vaak erg moeilijk in beeld te krijgen. De jonge moeders zijn over het algemeen wel in beeld bij de hulpverlening. Zij zijn in de meeste gevallen bekend bij zorgverleners zoals verloskundigen en gynaecologen. Wanneer de jonge vaders in beeld zijn, hebben ze in de meeste gevallen (nog) een relatie met de moeder van hun kind.
De groep jonge vaders is zeer gedifferentieerd. In sommige gevallen weten de jonge vaders niet eens dat ze vader zijn, sommige jonge vaders hebben een zeer intense band met moeder en kind en anderen weten dat ze een kind hebben, maar hebben geen contact (meer) met het kind (en de moeder). Dat maakt het daarom ook lastig om een goede manier te vinden om de jonge vaders te betrekken in de hulpverlening en de hulpverlening op de jonge vaders af te stemmen.
Om deze reden is het van belang een passende methodiek te ontwikkelen om handvatten te krijgen om met deze jonge vaders te werken.
In veel gevallen is het moeilijk jonge vaders in beeld te krijgen, tevens luistert het benaderen van jonge vaders zeer nauw. De juiste bejegening kan precies het verschil maken in het al dan niet openstaan van de jonge vader voor de hulpverlening.
De Fiom hoopt met deze werkwijze handvatten te kunnen bieden in de omgang met de jonge vaders. De Fiom biedt deze methodiek-in-ontwikkeling nu al aan zodat professianals er al mee aan de slag kunnen. Opmerkingen en suggesties zijn welkom.
Voor wie is deze werkwijze bestemd?
Deze werkwijze kan gebruikt worden door iedereen die met jonge ouders en hun kind werkt. Voor jonge moeders is er een methodiekbeschrijving voor het werken met jonge moeders (te bestellen via www.fiom.nl). Deze werkwijze sluit daarop aan. Tevens kan deze werkwijze worden gebruikt als keuzemodule bij de scholing "Hulpverlening aan jonge moeders tot 23 jaar" (zie www.fiom.nl).
Methodiek Werken met Jonge Vaders