Beleid
Beleid VWS: Beschermd en Weerbaar: extra impuls kabinet opvang tienermoeders
In beleidsbrief 'Beschermd en weerbaar' beschrijft staatssecretaris Bussemaker hoe zij de komende kabinetsperiode de opvang en hulpverlening voor slachtoffers van geweld in afhankelijkheidsrelaties wil verbeteren.
Tienermoeders zijn binnen 'Beschermd en weerbaar' een specifieke groep. Het kabinet wil een impuls geven aan de hulpverlening en opvang van (on)bedoeld zwangere meisjes en tienermoeders. Het kabinet stelt extra geld beschikbaar om de capaciteit van de opvang uit te breiden. In 2008 is 650 duizend euro toegevoegd is aan de specifieke uitkering voor vrouwenopvang ten behoeve van tienermoeders.
Opvang onvoldoende
De afgelopen jaren werd in 'het veld' steeds duidelijker dat er te weinig huisvesting voor tienermoeders, -vaders en hun kinderen is. De bestaande opvang sluit bovendien niet aan op de behoeften van de tieners. Bij de crisisopvang komen zij terecht tussen verslaafden en mensen met psychiatrische stoornissen, bij de vrouwenopvang tussen vrouwen die te maken hebben met huiselijk/seksueel geweld.
Opvang voor tienermoeders dient daarom nodig uitgebreid te worden. Doel van de opvang is dat tienermoeders zo snel mogelijk zelfredzaam zijn, hun eigen krachten ervaren (empowerment), een positief zelfbeeld hebben, hun eigen opvoedingskwaliteiten
Eigen aanpak tienermoeders
Langzaamaan erkennen steeds meer gemeenten de noodzaak van een aparte aanpak voor tienermoeders en hun kinderen. Een aantal 'good practices' in het land laat zien dat gemeenten het initiatief steunen/nemen om een aparte aanpak te realiseren. Dit leidt tot verschillende vragen aan de Fiom met betrekking tot het onderzoeken van de haalbaarheid van en het opzetten van ontmoetingspunten en tienermoedernetwerken, maar ook wat betreft trainingen voor hulpverleners die werken met jonge moeders tot 23 jaar.
Voortgangsrapportage
In mei 2009 is er een voortgangsrapportage verschenen van 'Beschermd en weerbaar'. Uit een tussenrapportage van de quickscan naar het beleid van centrumgemeenten voor tienermoeders blijkt dat van de 25 tot op heden onderzochte centrumgemeenten er 13 beleid hebben. Bij circa de helft van de centrumgemeenten zijn er al voorzieningen voor tienermoeders. Soms zijn dat specifieke voorzieningen, maar vaak zijn het plaatsen gekoppeld aan bestaande voorzieningen voor jongeren of bij de vrouwenopvang. Vanuit de extra middelen voor tienermoeders zijn voornamelijk uitbreidingen van crisis-, 24-uurs-plaatsen en woonbegeleiding gerealiseerd.
Beleidsbrief VWS: Seksuele gezondheid in Nederland
In 2009 heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mevrouw Bussemaker een beleidsbrief geschreven over de seksuele gezondheid van Nederland.
In deze brief gaat ze in op bestaande, verergerde, danwel nieuwe problemen die gesignaleerd worden en die extra insopanningen noodzakelijk maken. Ook geeft ze daarbij aan welk beleid ze wil handhaven, wat ze gaat intensiveren en welke nieuwe maatregelen ze gaat treffen.
In het komende jaar komt meer aandacht voor:
- seksuele vorming jongens
- aanpak loverboys
- seksuele gezondheid op school
Loverboys
Op het terrein van loverboys voeren politie en justitie een actief beleid om de pooiers - die meisjes via verleidingstactieken inpalmen om hen op den duur in de prostitutie of in andere illegale activiteiten uit te buiten - op te pakken en te straffen. De taskfore aanpak mensenhandel is hier een voorbeeld van.
Daarnaast zet het kabinet in op een pilot 'categorale opvang voor slachtoffers van mensenhandel (waaronder loverboys)' om het probleem van het tekort aan opvang van slachtoffers van loverboys op te lossen. Ook is er een apart lespakket over loverboys ontwikkeld wat het kabinet ondersteunt.
Factsheets VNG
VNG-bureau (Vereniging van Nederlandse gemeenten) heeft 40 factsheets voor raadsleden en bestuurders gepubliceerd. De factsheets geven de stand van zaken op actuele gemeentelijke thema's weer. De factsheets kunnen gemeenten ondersteunen bij het bepalen van hun prioriteiten.
Hieronder vindt u alle factsheets geordend naar de beleidsvelden welke interessant zijn voor de doelgroep tienerouders:
Jeugd, onderwijs en sport
Sociale zaken, integratie en zorg
- participatiebudget
- preventief gezondheidsbeleid
- WMO
- WWB
Prenatale voorlichting, een nieuwe activiteit in opdracht van de gemeente
Het ministerie van VWS heeft het voornemen prenatale voorlichting als taak van de gemeente per 2011 vast te leggen in de wet Publieke Gezondheid. De gemeente kan zelf bepalen in welke mate en vorm invulling wordt gegeven aan prenatale voorlichting, maar de bekostiging van de activiteit wordt neergelegd bij de gemeenten. Op dit moment maken de financiele middelen voor prenatale voorlichting onderdeel uit van de Brede Doeluitkering Centra voor Jeugd en Gezin.
Wat is prenatale voorlichting?
Met prenatale voorlichting worden aanstaande ouders geinformeerd over zwangerschap, de bevalling en de periode daarna. De prenatale voorlichting die onder verantwoordelijkheid van de gemeente valt, is aanvullend op de informatie en de voorlichting van de huisarts, de verloskundige of de gynaecoloog. Te denken valt aan:
- programma VoorZorg voor tienermoeders gericht op het voorkomen van problemen
- themabijeenkomsten vanuit het CJG
- huisbezoeken, gericht op individuele begeleiding en voorlichting van aanstaande ouders uit risicogroepen.
Programma VoorZorg
VoorZorg is een preventief huisbezoekprogramma dat loopt van vijf maanden voor de geboorte tot 24 maanden na de geboorte. Het programma is bedoeld voor aanstaande moeders met hoge risico's, zoals tieners die hun opleiding niet afgemaakt hebben en die geen steunend netwerk hebben.
Handreiking Prenatale Voorlichting
Problematiek tienermoeders uitgewerkt in leefgebieden
Vragen die jonge moeders hebben, zijn te categoriseren naar een aantal leefgebieden.
Huisvesting en financiën staan als eerste genoemd omdat de aandacht van jonge moeders vaak in eerste instantie naar deze twee leefgebieden uitgaat. Praktische zaken moeten immers geregeld zijn om verder te kunnen werken aan de toekomst.
De leefgebieden zien er als volgt uit.
Huisvesting
De woonsituatie van jonge moeders varieert nogal. Thuiswonend, samenwonend, begeleid wonend, zwervend van plek naar plek, bij familie/vrienden, zelfstandig of (tijdelijk) in een vorm van opvang.
Het is voor jonge moeders zeer moeilijk om zelfstandige woonruimte te krijgen. Het huidige woningaanbod en de manier van toewijzing van sociale en particuliere huurwoningen is niet gunstig voor jonge moeders.
Beperkende factoren zijn:
- de jonge leeftijd;
- een relatief laag inkomen/geen inkomen;
- "starter" zijn (lange wachttijden);
- een "slecht" imago van het alleenstaand jong moederschap.
Financiën
De meeste jonge moeders moeten rondkomen van weinig geld. Ze besteden hun geld aan vaste lasten, boodschappen, kleding en zaken voor hun kind. Ze houden weinig geld over voor zichzelf en hun eigen vrijetijdsbesteding. Veel jonge moeders hebben schulden omdat ze nog niet hebben geleerd hoe je met geld om moet gaan en/of niet weten waar ze wat betreft financiën recht op hebben of aanspraak op kunnen maken.
Sociaal functioneren
De grote verandering die de jonge moeder ondergaat door haar zwangerschap en moederschap kan haar sociale relaties beïnvloeden. De jonge moeder is meer aan huis gebonden wat het lastiger maakt haar sociale contacten in stand te houden. De zwangerschap kan ertoe leiden dat een breuk optreedt in de relatie met ouders en/of familie.
Tevens raken jonge moeders vaak (een deel van hun) vrienden of vriendinnen kwijt, omdat de verschillende levenswijzen niet meer op elkaar aansluiten. Ook de relatie met de biologische vader of een andere partner speelt daarbij een belangrijke rol. Hetzij op de achtergrond, hetzij in de geheimzinnigheid, hetzij omdat ze samenwonen, hetzij in het hoofd van de jonge moeder als hij niet in beeld is. Huiselijk geweld komt regelmatig voor bij jonge moeders.
Psychisch functioneren
Het welbevinden van de cliënt, inclusief eventueel psychiatrisch ziektebeeld en verslavingsgedrag. Hierbij gaat het om het zelfbeeld van de jonge moeder en hoe de opvoedingsvaardigheden van de moeder zijn, zoals positief en consequent opvoeden, grenzen stellen binnens- en buitenshuis en communiceren met het kind.
Zingeving
"Wat geeft jouw leven zin", zoals: "ik wil een goede moeder zijn". Het gaat om de motivatie om iets te gaan bereiken. Veel jonge moeders gaan voor hun kind en willen hun leven in positieve zin veranderen.
Lichamelijk functioneren
Hierbij gaat het om een goede lichamelijke verzorging en goede eetgewoonten, het nemen van verantwoordelijkheid op het gebied van eten, kleding, lichamelijke hygiëne, gezondheid.
Praktisch functioneren
Hoe voert de jonge moeder huishoudelijke taken uit (schoonmaken, boodschappen, wassen, eten koken)? Hoe ervaart de moeder het reizen met het openbaar vervoer? Heeft de jonge moeder noodzakelijke verzekeringen afgesloten? Hoe gaat de jonge moeder met afspraken om? Hoe zit haar dag in elkaar, heeft ze kinderopvang geregeld?
Dagbesteding
Daginvulling van de cliënt (werk, sociale activering, hobby's, studie / school, activiteiten)
Hierbij gaat het om betaald werk, hobby"s, opleiding/cursus. De meeste jonge moeders hebben hun opleiding voordat zij zwanger werden of als gevolg van de zwangerschap gestaakt.
Haalbaarheidsonderzoek TienerouderOntmoetingsPunt (TOP)
De Fiom kan voor een gemeente een haalbaarheidsonderzoek doen voor de start van een informatie- en ontmoetingspunt voor jonge moeders.
Het haalbaarheidsonderzoek richt zich op het vaststellen van alle condities, waaraan een ontmoetingspunt moet voldoen om de doelgroep, de professionals en de gemeenten te kunnen dienen.
Richtlijn opzetten tienermoederontmoetingspunt (TOP)
De Fiom kan gemeenten ondersteunen bij de ontwikkeling van een centraal ontmoetings / en coordinatiepunt. De ondersteuning is gericht op:
- het aanbieden van de schriftelijke richtlijn hoe een ontmoetings/ en coordinatiepunt op te zetten;
- begeleiden van op opzetten van een TOP;
- voorzitten van de stuurgroep van een TOP;
- begeleiding van de uitvoering van een TOP.
Wat is een centraal ontmoetings / coordinatiepunt?
Zwangere meiden en jonge moeders staan voor een uitdagende taak: jongere en ouder zijn, volwassen worden, het afmaken van een opleiding en/of het vinden van werk en de opvoeding van hun kind. De huidige maatschappij is niet ingericht op jonge moeders. Door hen, hun ouders en kinderen in vroeg stadium ondersteuning te bieden, kunnen problemen op verschillende gebieden worden voorkomen.
Jonge moeders kunnen bij het punt terecht voor informatie, advies en ondersteuning. Indien nodig wordt er samen met hen een trajectplan gemaakt. Bij het punt is actuele kennis aanwezig van de wet en regelgeving op het terrein van kinderopvang, familierecht, jeugdzorg, sociale zekerheid, studiefinanciering. De samenwerking tussen verschillende instellingen en gemeentelijke diensten wordt vanuit dit punt gecoordineerd.
Wat staat er in de richtlijn?
In de richtlijn is een beschrijving terug te vinden waarom een aparte aanpak nodig is voor jonge ouders. Daarnaast worden er 4 stappen uitgewerkt die nodig zijn om zo'n punt op te zetten.
De richtlijn is gemaakt door een landelijke werkgroep van beroepskrachten die werken voor en met jonge moeders. De richtlijnen zijn vooral bedoeld voor professionals die werkzaam zijn in de welzijnssector, de hulpverlening, het onderwijs of in de reïntegratiesector. Maar ook voor jonge moeders zélf die in samenwerking met de gemeente of organisaties een centraal ontmoetings- en coördinatiepunt willen opzetten.
Tienermoedernetwerk
Onze samenleving zit behoorlijk ingewikkeld in elkaar. Er zijn veel organisaties die zich met veel verschillende onderwerpen bezighouden. Voor een tienermoeder is het vaak lastig om te weten waar ze terechtkan met vragen. Om kinderopvang te regelen, heeft een tienermoeder de kinderopvangorganisatie, de gemeente, de belastingdienst, de school of haar werkgever nodig. Ook moet er een aantal (ingewikkelde) formulieren worden ingevuld.
Vanuit preventief oogpunt is de Fiom op diverse plaatsen in Nederland gestart met 'tienermoedernetwerken'. In deze netwerken participeren alle ketenpartners die met tienermoeders werken opdat zij niet van loket naar loket worden gestuurd. De Fiom beoogt hiermee de bevordering van de samenwerking tot een sluitende keten.
Het aanbod van de Fiom is gericht op:
- het opzetten van een netwerk, bijeenbrengen belangrijke partners in de (deel)gemeente;
- voorzitten en onderhouden van het netwerk.
Ontmoetingspunt
De tienermoeders en - vaders zien 'het bevorderen van een sluitende keten' terug in de ontmoetings- en coordinatiepunten voor jonge moeders en vaders en hun kinderen die er in verschillende steden voor hen worden ontwikkeld.
De aanpak van het voortijdig schoolverlaten in Amsterdam
De Amsterdamse aanpak van het Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten is een ketenaanpak. Dat betekent samenwerking en afstemming tussen een groot aantal partijen uit onderwijs, jeugdzorg, justitie, arbeidstoeleiding, stadsdelen en gemeente. Ieder half jaar komen alle samenwerkingspartners in de keten bijeen onder leiding van de wethouder om terug te kijken naar de uitvoering tot nog toe en afspraken te maken voor de komende periode.
Deze publicatie is gebaseerd op de afspraken die in december 2005 zijn gemaakt voor 2006. Het geeft een beeld van de aanpak en de acties die uitgevoerd worden ten behoeve van de verbetering van de positie van de Amsterdamse jeugd.
Publicatie 'Vasthouden en niet loslaten'
Werkbijeenkomst Jonge Moeders, Gemeente Dordrecht, 14 december 2009
1. Beschrijving doelgroep:
Vertegenwoordigers van diverse instellingen regio Zuid-Holland Zuid betrokken bij zorg voor, opvang van en hulpverlening aan Jonge Moeders en beleidsmakers van de gemeente Dodrecht
2. Doelstelling:
·
Informatie verkrijgen over de aanpak van het werken met Jonge Moeders in Hengelo en Eindhoven (twee vergelijkbare steden)
·
Inspiratie op doen
·
Gezamenlijk aanzet maken voor Sociale Kaart en stroomschema om samenwerking te verbeteren en beter onderling door te verwijzen
·
Opening crisisplaatsen voor Jonge Moeders Short Stay Facility
3. Korte beschrijving inhoud:
·
Landelijke sprekers geven hun visie op de zorg voor jonge moeders.
·
De gemeente formuleert haar ambities.
·
Hulpverleners en organisaties inventariseren het hulpaanbod op het gebied van hulp en begeleiding voor jonge moeders (in samenwerking met JSO).
·
Op basis van die inventarisatie stellen we een stroomschema en sociale kaart samen zodat we een betere keten van preventie, begeleiding en zorg kunnen aanbieden.
4. Bereiken en betrekken van de doelgroep:
De gemeente Dordrecht heeft diverse instellingen in de regio Zuid-Holland Zuid uitgenodigd voor deze gevarieerde interactieve bijeenkomst over een belangrijk knelpunt in de hulpverlening. De deelnemers werden mede aangedragen door JSO en Fiom.
5. Resultaat/ effect:
·
De totstandkoming van een stroomschema en sociale kaart voor de hulpverlening aan Jong Zwangeren en Jonge ouders in Zuid-Holland Zuid
·
Netwerkcontacten
·
De ingebruikname van crisisplaatsen voor jonge moeders in Dordrecht
·
Aankondiging van de training hulpverlening aan Jonge Moeders door Fiom
6. Succes factoren:
·
Gemeente erkent de extra aandacht voor Jonge moeders en zet zich hier voor in
·
Enthousiast deelname van alle betrokkenen
·
Netwerkcontacten, nieuwe samenwerkingsverbanden
7. Knelpunten en of risico"s:
Eenmalige bijeenkomst, vervolg is afhankelijk van inzet van instellingen.
8. Indicatie van de kosten(posten):
Inzet alle betrokken instellingen.
Kosten voor ontwikkeling van Stroomschema en Sociale kaart
Financieringsbron(nen):
Gemeente Dordrecht
10. Tips voor anderen:
De informatie van de Tienerouderontmoetingspunten in Hengelo (Donna) en Eindhoven (JEM&kids) waren zeer inspirerend.
11. Ondersteunend materiaal:
n.v.t.
Contactgegevens
Naam contactpersoon: Bianca Kanters
Functie: Preventiewerker
Telefoonnummer: 076 543 67 67
e-mail adres: bkanters@fiom.nl
Naam organisatie: Stichting Ambulante Fiom
Adres van de organisatie: Nonnenveld 127, 4811 DW Breda
Meer kansen voor vrouwen, Emancipatiebeleid 2008 - 2011
De nota "Meer kansen voor vrouwen" beschrijft het emancipatiebeleid voor de periode 2008-2011 met onder andere aandacht voor tienerzwangerschappen.
Meer kansen voor vrouwen via de site van het Ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap
Plan van aanpak Jonge Moeders Rotterdam 2007
Jonge moeders zijn vrouwen die jonger dan 23 jaar zijn en moeder van één of meerdere kinderen. Rotterdam telt de laatste jaren steeds minder jonge moeders. Voor 2005 schommelde het aantal rond de 2.300, op 1 januari 2007 waren dat er 1.737.
De meeste jonge moeders treffen we van oudsher aan binnen de groep Antilliaanse, Surinaamse en Kaapverdiaanse moeders. Hoewel er een daling binnen de Antilliaanse groep jonge moeders plaatsvindt, blijft deze groep toch het grootst. Ook vindt er een verschuiving in etniciteit plaats naar autochtone, Turkse en Marokkaanse moeders.
Het aantal jonge moeders dat afhankelijk is van een uitkering is gedaald: in 2004 waren 824 jonge moeders afhankelijk van een uitkering, op 1 januari 2007 waren dat er 390. Turkse en Marokkaanse jonge moeders zijn vaak gehuwd waardoor de bijstandsafhankelijkheid binnen deze groep het kleinst is. De bijstandsafhankelijkheid is het hoogst onder de groep Surinaamse, Antilliaanse en Kaapverdische moeders, zij zijn ook het meest hoofd van een eenoudergezin. Veel van deze gezinnen wonen niet zelfstandig maar in bij anderen of in een opvangtehuis. Ruim een derde van de jonge moeders heeft (nog) geen startkwalificatie maar zit wel op school dus kan deze wel behalen.
Omdat de groep Antilliaanse jonge moeders relatief nog steeds oververtegenwoordigd is in de hele groep wordt in het plan van aanpak aansluiting gezocht met het Actieprogramma Antillianen. Vooral eman-cipatie en het doorbreken van taboes zijn thema"s die aandacht behoeven.
In mei 2006 bood de Rotterdamse Jongerenraad het "Rapport Tienerouders - een advies aan Burge-meester en Wethouders" aan de Raadscommissie Jeugd, Onderwijs en Cultuur. De aanbevelingen en adviezen uit dit rapport zijn meegenomen in dit plan van aanpak.
De doelstelling van het plan van aanpak is drieledig:
- Preventief: verdere reductie van het aantal tienerzwangerschappen;
- Maatschappelijke en economische zelfredzaamheid van de huidige en toekomstige groep jonge moeders;
- Waar nodig opgroeicondities van de kinderen optimaliseren door middel van opvoedingson-dersteuning en voor- en vroegschoolse educatie. De activiteiten die nodig zijn om de genoemde doelstellingen te realiseren in een sluitende aanpak zijn onderverdeeld en uitgewerkt in een aantal onderdelen:
- Preventie, waarbij de gedachtegang is dat preventie van tienerzwangerschappen begint met de opvoeding en maatschappelijke vorming. Er is op dit onderwerp geen structurele aanpak in de stad. Weliswaar is er voldoende informatie over dit onderwerp voorhanden, maar om dit integraal aan te bieden is een programma nodig. In het actieprogramma Wensen en grenzen heeft de GGD beschreven wat in Rotterdam nodig is voor een goede relationele en seksuele vorming onder jongeren.
- Opvoedingsondersteuning. Een herkenbare structuur van goed toegankelijke basisvoorzieningen is essentieel om ouders en medeopvoeders te ondersteunen in de opvoeding van kinderen. Deze structuur is gevonden in de ontwikkeling van de Centra voor jeugd en gezin. Het aanbod is gecoördineerd, laagdrempelig en gericht op de lichtere vormen van hulp en ondersteuning. Voor de zwaardere vormen van gezinscoaching is er een stedelijke pool, Jeugdplein, van waaruit intensieve kan worden geboden. Daarnaast zijn er gezinscoaches die in het kader van geïndiceerde jeugdzorg via Bureau Jeugdzorg worden ingezet.
- Huisvesting. Om voor de risicojongeren, waaronder de jonge moeders vallen, huisvesting te realiseren is er behoefte aan centrale registratie, een goed volgsysteem en één loket voor eerste diagnose en doorverwijzing. Dit heeft geresulteerd in het meldpunt Centraal Onthaal Jongeren dat op 1 oktober 2007 geopend wordt. Met Centraal Onthaal Jongeren zullen afspraken gemaakt worden met betrekking tot reservering van begeleidingsplekken voor jonge moeders (quotering): 50 plekken in begeleide woonvormen.
- Werk en Scholing. Het Jongerenloket is een samenwerking tussen JOS, CWI en SoZaWe en hét centrale punt waar elke jongere tot en met 23 jaar terecht kan. Het Jongerenloket verstrekt alle informatie over opleidingen, stages en werkplekken, vacatures en biedt trajecten aan naar school en werk. Na een intake wordt voor de jongere een passend vervolgtraject uitgestippeld. Specifiek voor de jonge moeders heeft het Jongerenloket een team mentoren. Deze mentoren bieden praktische hulp en zorgen er voor dat de jonge moeder bij de juiste instantie terecht komt.
Tot slot is er aandacht voor de vaders: wie zijn ze en wat doen ze? Middels debatten in de stad over het thema jonge moeders én de rol van de vaders wordt beoogd de betrokkenheid en verantwoordelijkheid van de vaders te vergroten. Bekeken is welke mogelijkheden er zijn om de moeder te dwingen de identiteit van de verwekker bekend te maken zodat de vader aan de onderhoudsplicht kan voldoen. Dit stuit echter op juridische beperkingen waarvoor een wetswijziging noodzakelijk is. Naast juridische beperkingen bestaan er ook op andere bezwaren: er kunnen zich omstandigheden voordoen waardoor contact met de vader niet wenselijk is.
Plan van aanpak Jonge Moeders, Rotterdam, 2007
Notitie Jonge Moeders in Amsterdam, 2009
Aanleiding voor deze notitie is gelegen in een behoefte vanuit de Gemeente Amsterdam om overzicht te krijgen in het aanbod voor "jonge (tiener-)moeders". Bovendien maakt het verdwijnen van de interventie Weer aan de Slag (re-integratie van jonge moeders naar school of werk) uit het beleidsprogramma Bijzondere Trajecten Risicojongeren een herpositionering van deze interventie binnen het algemeen jeugdbeleid noodzakelijk. Voorliggende notitie biedt hiervoor een kader. Het geeft een beknopte weergave van het aanbod voor jonge moeders in Amsterdam. Tevens biedt het zicht op de acties die de komende periode worden ingezet. De notitie is tevens bedoeld om de wethouders Jeugd en Zorg te informeren over deze doelgroep.
Klik hier voor de Beleidsnotitie Jonge Moeders in Amsterdam, 2009
Subsidiemogelijkheden voor jonge ouders
In Nederland worden per jaar bijna 3.000 meiden voor hun 20e jaar moeder. In Zuid-Holland wonen naar schatting 1.300 jonge moeders. JSO heeft in 2005 onderzoek gedaan naar hoeveel jonge moeders er in Zuid-Holland zijn, welke problemen zij ervaren en welke goede voorbeeld (preventie)projecten er elders in Nederland en Europa (Denemarken) zijn ontwikkeld.
Daaruit bleek dat zwangere meiden en jonge moeders in een kort tijdsbestek veel stappen naar zelfstandigheid moeten ondernemen. Zij hebben vooral problemen met het vinden of regelen van:
. goede informatie en advies
. praktische ambulante hulp en opvang
. zelfstandige huisvesting
. financiën
. mogelijkheden om school af te maken en werk te vinden
. kinderopvang
. opvoedingsondersteuning
Het aanbod van instellingen is vaak niet vraaggericht en er zijn er veel wachtlijsten. Jonge moeders krijgen ook te maken met vooroordelen van beroepskrachten en mensen in hun eigen omgeving. Zij raken hierdoor soms in een isolement en durven geen hulp te vragen bij een opvoedbureau of Bureau Jeugdzorg (BJz).
Op verzoek van de provincie zet JSO zich nu onder andere in om:
. de informatievoorziening te verbeteren;
. gemeenten te ondersteunen bij het maken van beleid voor deze doelgroep;
. initiatieven van jonge moeders en vaders zelf te ondersteunen.
Waarom deze brochure?
Om die initiatieven te financieren is geld nodig. In deze brochure zijn de financieringsmogelijkheden in kaart gebracht.
Doelstelling
Deze brochure is dus geschreven voor jonge moeders en jonge vaders en voor organisaties, die met hen werken. Het boekje biedt een overzicht van financieringsmogelijkheden voor jonge moeder/vaderprojecten of jonge ouderprojecten en mogelijkheden voor ondersteuning van individuele jonge moeders of vaders.
JSO hoopt dat jonge ouders en instellingen hierdoor de weg kunnen vinden in de wir war van financiële mogelijkheden. En dat er veel nieuwe ideeën en initiatieven een kans krijgen, zodat jonge ouders beter ondersteund worden.
Voor informatie en ondersteuning kunt u contact opnemen met:
Marjanne van Esveld m.van.esveld@jso.nl
Fietje Schelling f.schelling@jso.nl
Informatieboekje jonge moeders: subsidiemogelijkheden
Advies tienerouders, Rotterdamse Jongerenraad 2006
De laatste jaren worden in Nederland tussen de 4000 en 4500 meisjes tussen de 15 en 19 jaar zwanger, dat is 10 per 1000 meisjes in die leeftijdsgroep. Van iedere tien zwangerschappen worden er zes uitgedragen, de andere vier eindigen in een abortus. Er worden dus jaarlijks ruim 2000 meisjes voor hun 20ste jaar moeder. Slechts een enkele keer wordt een kind afgestaan ter adoptie. In Rotterdam gaat het om een groep van bijna 3.000 jonge moeders.
De Rotterdamse Jongerenraad (RJR) trekt zich het lot van deze jonge ouders in Rotterdam erg aan en heeft daarom in 2006 een advies geschreven over hoe de RJR denkt dat deze doelgroep in Rotterdam opgevangen en geholpen zouden moeten worden. Er wordt onder meer advies gegeven over huisvesting, onderwijs, werkgelegenheid, opvoedingsondersteuning, hulpverlening en informatievoorziening.
Advies tienerouders, Rotterdamse Jongerenraad
Richtlijn kinderwens en ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking MEE
MEE-consulenten krijgen regelmatig te maken met mensen met een verstandelijke beperking die vragen hebben op het gebied van kinderwens, zwangerschap en ouderschap. In 2008 hebben de MEE-organisaties een gezamenlijke visie vastgesteld op kinderwens en ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking.
Deze richtlijn is ontwikkeld om consulenten te ondersteunen bij de uitvoering van onze visie. De richtlijn is een leidraad voor het handelen van MEE-consulenten die te maken krijgen met vragen over kinderwens, zwangerschap en ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking. De richtlijn omschrijft wat een consulent in ieder geval moet doen tijdens het ondersteuningsproces. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de ondersteuning wordt bepaald door:
- de vraag van cliënt en partner
- de mogelijkheden van hun sociaal netwerk
- de professionele inzichten van MEE-consulenten en andere professionals waarmee wordt samengewerkt in het ondersteuningsproces.
Doel van de richtlijn is om bij te dragen aan de kwaliteit van de ondersteuning. Daarnaast is de richtlijn bedoeld om de transparantie van het handelen van MEE naar derden te vergroten.
MEE Richtlijn kinderwens en ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking
Methodiek en richtlijnen Een eigen plek en een aparte aanpak
'Een eigen plek en een aparte aanpak'. Het is de titel van de methodiekbeschrijving voor de hulpverlening aan jonge moeders.
Deze methodiekbeschrijving en de richtlijnen voor de ontwikkeling van een centraal ontmoetings- en coördinatiepunt zijn te bestellen via het landelijk bureau van de Fiom, telefoon 073 612 88 21.
De kosten bedragen 35 euro inclusief verzendkosten (28,50 exclusief verzendkosten).
Richtlijnen voor de ontwikkeling van een centraal ontmoetings- en coördinatiepunt